Kom je iemand tegen die toevallig niet op z’n telefoon kijkt, dan is het weer een eindeloze bron van conversatie. Het weer is als de tijd: het komt en gaat, je doet er niets tegen. In het Frans en Italiaans zijn tijd en weer overigens hetzelfde woord: le temps, il tempo.
We zagen de laatste weken veelvuldig code Oranje voorbij komen. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? Je zou kunnen stellen dat het weerbericht voor stadsmensen wordt samengesteld, waarin de weersvoorspelling een rapportcijfer krijgt. Want voor een boer wiens gewassen staan te verdrogen, is een regendag een cijfer tien, en een zeiler geeft een dag zonder wind een onvoldoende... Wat voor de één hondenweer is, is voor de ander een reden om naar buiten te gaan.
Taal bewaart de dingen van vroeger, taal is het geheugen van een volk. Wij Nederlanders blinken uit in woorden voor neerslag. Hagel en ijzel. Stuifsneeuw, plaksneeuw, natte sneeuw. Soorten regen, in oplopende intensiteit, noemen we: nevel, mist, miezer, motregen, buitje, slagregen, hoosbui, stortregen. Maar ook: wolkbreuk, het regent pijpenstelen of het komt met bakken uit de hemel. In Engeland komen er zelfs dieren naar beneden: ‘it is raining cats and dogs’.
Omdat het weer bij uitstek iets onvoorspelbaars is, is het logisch het toe te schrijven aan de luimen van goden. Ook nu nog zeggen we, als we niet zeker zijn van de uitkomst van een plan of afspraak: ‘deo volente’, als God het wil. Of, in de Nederlandse variant: ijs en weder dienende.